De Nederlandse luchtvaartmaatschappij KLM heeft deze week de website Travlr gelanceerd. Op deze site kan je je ideale vakantiebestemming vinden dankzij Twitter Youtube, Foursquare of Google Maps.

Travlr

Het enige wat je moet doen is op Travlr je verschillende interesses en voorkeuren ingeven. De website houdt ook rekening met het reisbudget dat je op voorhand kan bepalen. Travlr zoekt dan informatie op de verschillende sociale netwerksites waarna je suggesties krijgt voor jouw ideale reisbestemming.

Travlr zorgt ervoor dat je jouw droomlocatie kan volgen op Twitter, Youtube en Flickr. Je kan ook je bestemming verkennen in Google Maps. Bij elke suggestie krijgt de reiziger ook te zien wat de dichtstbijzijnde luchthaven is en hoeveel de vlucht kost. KLM wil de site nog uitbreiden met feedback van reizigers en een applicatie voorzien voor smartphones en tablets.

 


05-04-2011 om 11:00

Tegenwoordig zie je op internet heel vaak de termen ‘cloud computing’, ‘cloud storage’ en ‘the data is in the cloud’ voorbij komen. In deze blogpost licht ik deze termen wat meer toe en verduidelijk ik ze met voorbeelden.

Definitie
Laten we eerst beginnen met een — momenteel aanvaarde — definitie van Cloud Computing volgens Gartner:

“Cloud Computing (Storage) is a style of computing (storage) where scalable and elastic IT-enabled capabilities are delivered as a service to external customers using Internet technologies”. (bron)

In deze definitie komen 3 belangrijke termen voor die we hierna kort toelichten:

  • scalable
  • service
  • Internet technologies

Scalable
Het belangrijkste aan Cloud Computing en Storage is het vermogen om meer resources beschikbaar te maken als de vraag groter wordt.

Als voorbeeld nemen we een simpele webserver. In een traditionele setup komt een webserver overeen met een fysieke computer waarop een server besturingssysteem draait. Deze heeft een vaste configuratie op gebied van CPU kracht en beschikbaar geheugen, onafhankelijk van de taak die hij momenteel vervult.

In een cloud setup gaan we deze fysieke server omzetten naar een virtuele server die draait op een krachtig virtualisatieplatform zoals bv. VMWare of Xen. Waar in een traditionele setup elke server z’n eigen harde schijf en geheugen en CPU heeft, is er in virtualisatie 1 grote resourcespool die verdeeld wordt over de virtuele servers. Eventueel dynamisch aanpasbaar naar gelang de vraag van de virtuele server zelf.

Dit virtualisatieplatform opzetten is een grote kost. Hoe meer redundantie je in wilt bouwen, hoe duurder het wordt. Maar je krijgt er wel een hele hoop flexibiliteit voor terug.

Service & Internet technologies
Traditioneel draaiden computerprogramma’s op de computer van de gebruiker zelf. Neem als voorbeeld een simpele teksverwerker als Word of Pages.

In een service-oriented aanpak draait het programma op een centrale server als een website (=Service), waar de gebruiker via het internet op kan inloggen (=Internet Technologies). Neem als voorbeeld Google Docs, Googles online tekstverwerker.

Het grote voordeel? Als eindgebruiker moet je niet meer omkijken naar installatie en onderhoud van het systeem. Ook maakt het niet uit vanwaar je connecteert op het systeem, zolang je maar een internetverbinding en een webbrowser hebt kun je met de service werken. Al je data staan online gecentraliseerd en niet langer lokaal.

Praktijkvoorbeelden
Als iemand nu zegt “the data is in the cloud” bedoelt hij of zij dat z’n data beschikbaar is via een webservice. Die dan weer gehost wordt op een virtuele server als onderdeel van een virtualisatieplatform. Er is geen vaste lokatie meer voor bestanden, je weet niet op welke harde schijf in het platform data bestaan. Maar je weet dus wel dat je er altijd via je webservice aan kan.

Banken
Eigenlijk zijn de huidige banken een perfect voorbeeld van een Cloud Service: je geld staat op je rekening en je kan er via elk bankkantoor of geldautomaat aan. Waar het geld precies staat, is voor jou niet belangrijk. Zolang je er maar overal toegang tot hebt.

Flickr
Zelfde principe voor Flickr: je uploadt en beheert je fotos op Flickr via hun website (service). Maar op welke server nu precies je fotos staan, maakt jou niet uit.

Amazon S3
Amazon gaat nog een stap verder met hun S3 service. Je kunt een volledige virtuele schijf van enkele gigabyte huren, waar je dan via hun webservice via een filebrowser aan kunt. Je kunt zelfs je storage mouten op je eigen pc, net als een netwerk share. Ideaal voor mensen die op meerdere plekken aan hun data moeten kunnen.

Twitpic
Dat de Amazon S3 service verder gaat dan alleen eindgebruikers, kun je zien bij Twitpic.com: ze bieden een foto upload service aan, maar hebben zelf geen data storage. Daar gebruiken ze Amazon S3 voor. Een mooi voorbeeld van hoe 2 webservices elkaar gebruiken om tot een uiteindelijk product te komen.


31-03-2011 om 12:29

Tijdens mijn stage bij NOCUS is mij opgevallen dat in 2011 alles sociaal moet zijn. Websites overladen met lezerreacties en user generated content zijn niet langer aan de orde. Op het web krijgt alles een sociaal tintje, maar is dit altijd zo positief? Dit zijn alvast enkele bedenkingen waaraan ik tijdens mijn stage extra aandacht wil besteden.

Nieuws vs. social nieuws

Nieuws is interessant zolang het social news is. Sociaal nieuws is het nieuws dat vrienden op Facebook leuk vinden en delen met jou. Zo wordt de kans dat jij het nieuws ook leuk vindt bijzonder groot. En dus ook gaat delen met jouw vrienden. Minpuntje: helaas is de kans reëel dat hierdoor ander belangrijk nieuws aan jou voorbij gaat.

Graph vs social graph

We spreken niet langer alleen onze vriendengroep aan, maar wel onze relaties op de sociale media of social graph.

Shopping vs social shopping

We doen een beroep op onze social graph om te genieten van voordelen bij het shoppen. Hoe meer ‘like’ of Facebook, hoe meer korting. Resultaat? We gaan onze vrienden bijna pushen om zelf te genieten van een voordeel. Is dit wel sociaal? Niet echt: je vrienden overladen met ongewenste mails om zelf iets te krijgen, maakt je zelfs onsympathiek.

Blipply en twitter

De voorstanders van ‘social’ moedigen ons aan om elk aspect van ons leven te delen met onze vrienden. Bijvoorbeeld Blippy een site die elke aankoop met je kredietkaart publiceert. Of een nieuwe trend op twitter: de weegschaal die automatisch je gewicht post.

Er is dus een stijgende druk om alles publiek te maken, maar gaat dit niet een beetje ver? Niet elk detail van je privéleven moet gedeeld worden en de wereld rondgaan. Voorlopige conclusie? Sociale media zijn een toegevoegde waarde voor onze maatschappij, maar niet allés moet per se sociaal zijn. Wordt ongetwijfeld vervolgd tijdens mijn stage.


18-03-2011 om 16:41

Goede webcopy kom je overal tegen, fantastische webcopy zit in de details. Maar hoe vaak worden net die details over het hoofd gezien? Foutmeldingen, metatags, automatische e-mails na het invullen van een formulier, … kortom: de vergeten copy van het internet.

Toch maken ook deze teksten een deel uit van je website en het beeld dat die website over jou of je merk uitstraalt. En je mag er zeker van zijn dat je bezoekers er vroeg of laat te maken mee gaan krijgen. Zorg dus dat ook deze teksten door de copywriter onder handen genomen worden en passen in het geheel. En vergeet ze ook niet bij de vertaling.

Metadata

De metatags van een website zijn de echt verborgen copy. Je ziet deze immers nergens op je pagina verschijnen. Maar ze zijn wel degelijk van belang.

Zo verschijnt de ‘title’-tag bovenin je browservenster en tonen zoekmachines de ‘title’- en ‘description’-tag van je pagina. Vul je deze niet in? Dan scant de zoekmachine de pagina en vertoont een stukje tekst dat het daar tegenkomt. Misschien is dat wel precies wat de lezer zoekt, maar misschien ook helemaal niet. Laat dit dus niet aan het toeval over.

Dezelfde tags worden trouwens gebruikt wanneer iemand een link deelt op Facebook. Is er niets ingevuld? Dan blijven de veldjes gewoon leeg. De persoon die de link deelt, kan dit zelf wel aanpassen, maar denk je dat hij zoveel moeite zal doen?

Ook ‘alt’-tags bij afbeeldingen blijven voor veel mensen verborgen. Je ziet ze enkel als je met je muis erover zweeft. Maar sommige mensen hebben beelden uitgeschakeld. En voor blinden is het de enige manier om te weten te komen wat er staat. Let op, niet elk beeld moet een beschrijving in de ‘alt’-tag krijgen. Eye candy, stockfoto’s en beelden waarbij een duidelijke tekstbeschrijving staat, geef je beter een lege ‘alt’-tag. Maar als je informatie weergeeft met het beeld, bijvoorbeeld grafieken of pictogrammen, kan je dit ook meegeven in de alt-tag.

URL’s

Over de domeinnaam heb je waarschijnlijk diep en lang nagedacht, maar ook de rest van de url is belangrijk. Een goede url maakt de bezoeker duidelijk waar hij zich bevindt en is gemakkelijk deelbaar. Ook zoekmachines houden van duidelijke url’s.

Een voorbeeldje:

www.mijndomein.be/51468531/pagina7.html

vs

www.mijndomein.be/diensten/copywriting.html

Foutmeldingen

Leuke 404 errors vind je tegenwoordig wel vaker terug, maar foutmeldingen komen ook elders voor. Denk maar aan mensen die verplichte gegevens vergeten in een formulier, of die een fout wachtwoord intypen bij het aanmelden.

Een goede foutmelding geeft aan wat het probleem is en hoe de gebruiker het kan oplossen. Vergelijk “uw BTW-nummer is fout” met “Het BTW-nummer moet de volgende structuur hebben BE 0xxx.xxx.xxx”.

Formulieren

Ook formulieren verdienen aandacht. Denk goed na over de beschrijving van de velden, maar ook over wat er standaard in deze velden weergegeven wordt. In een zoekknop kan je bijvoorbeeld de tekst “doorzoek mijndomein.be” weergeven. Als de lezer erop klikt, verdwijnt deze tekst automatisch. Denk ook aan de opties in een selectiemenu. Welke tekst geeft elk veld standaard weer? Bij een leeg vak is het misschien niet duidelijk dat de lezer iets moet selecteren.

Testen in plaats van lezen

Er zijn waarschijnlijk nog veel andere details die je over het hoofd ziet. Breadcrumbs bijvoorbeeld (links bovenin de pagina die aangeven waar je bent), ‘XX zoekresultaten’, de boodschap die je bezoeker te zien krijgt na het invullen van je contactpagina, enz. Duizenden details, die allemaal bijdragen tot het grote beeld .

Lees dus niet gewoon je website na, maar test hem volledig. Krijg je een bericht als je een tafeltje probeer te reserveren? Hoe moeilijk is het om een product te kopen op je website? Wat gebeurt er als ik mijn wachtwoord vergeten ben? Probeer alles uit. En ga daarbij uit van het worst case scenario. Jij weet misschien precies hoe alles werkt, maar daarom je bezoeker nog niet. En elk stukje tekst dat je vergeten bent, stuur je opnieuw naar de copywriter en vertaler.

Verdere lectuur

Five kinds of ‘alt’ text
49 nice and creative error 404 pages
10 tips on writing hero worthy error messages


18-03-2011 om 10:58

Vorige week vond de Phare Conference 2011 plaats in de Oude Vismijn, een organisatie van Ghent Web Valley. Meest opvallende spreker was ongetwijfeld de flamboyante Amerikaan Gary Vaynerchuk. Als auteur van het boek Crush it! legde hij uit hoe hij zijn imperium uitbouwde via het internet. Een bloemlezing.

Baseballplaatjes

Op zijn twaalfde verkocht Vaynerchuk baseballplaatjes in het weekend. Zo verdiende hij maandelijks al snel 10.000 dollar. Hij ging aan de slag in zijn vaders bedrijf, drankwinkel Shopper’s Discount Liquors. Hier realiseerde hij zich dat mensen graag meer betalen voor zeldzame wijnen — net zoals voor uitzonderlijke baseballplaatjes. Met de komst van het internet veranderde hij de winkelnaam in Wine Library, vervolgens lanceerde hij de gelijknamige website. In 2006 richtte hij het succesvolle online Wine Library TV op en begon actief deel te nemen aan conversaties op sociale netwerken. Vandaag heeft de man meer dan 800.000 followers op Twitter. Kortom, hij dankt het succes van zijn bedrijf voor een stuk aan de opkomst van social media.

“What’s the ROI of your mother?”

Via social media kan je snel en gemakkelijk in contact blijven met je consumenten. Vaynerchuk benadrukte dat het niet enkel gaat om het behandelen van klachten van ontevreden klanten. Ook tevreden klanten in de watten leggen is belangrijk. Zo verraste hij een goede klant met een gehandtekende outfit van zijn favoriete american football ploeg, informatie die hij via Twitter had ontdekt. Mede door social media kan je dus van je klanten belangrijke informatie te weten komen. Vaak stellen bedrijven de vraag wat de Return on Investment is van social media. Gary antwoordde: “What is the ROI of your mother? You love her. But you can not define how much that love is worth”.

De toekomst van social media

Gary Vaynerchuk gaf als voorbeeld de vraag-en-antwoordensite Quora. Ofwel wordt deze website de nieuwe Yahoo Answers — en dus niet succesvol. Ofwel wordt het de nieuwe Wikipedia en juist succesvol. Ook Gary weet het niet. Nog een reden dus om op de hoogte te blijven van de evolutie van social media. Gelukkig heeft NOCUS een sterk team in huis dat alles nauwlettend voor jou in de gaten houdt! Wordt vervolgd!


01-03-2011 om 08:25

Ooit Facebook ads gebruikt? Dan heb je waarschijnlijk zelf al gemerkt dat de click through rates (CTR) laag zijn. Héél laag zelfs: 0,01% tot 0,04% is niet ongewoon. Als je geluk hebt — of een hele goede advertentie — kom je soms aan 0,1%. Nog altijd niet echt om over naar huis te schrijven. Zeker niet als je het vergelijkt met Google Adwords, waar een CTR tot 20% normaal is.

Half leeg of half vol?

Maar is dit zo negatief? Een CTR van 0,01 betekent dat 1 op 10.000 consumenten effectief hebben doorgeklikt. Stel: je hebt 30 kliks. Dit betekent dat je advertentie maar liefst 300.000 keer vertoond geweest is. Heb je 30 kliks en een CTR van 0,1% ? Dan is je ad toch 30.000 keer verschenen.

Conversie

Heeft iedereen jouw advertentie aandachtig bekeken? Nee. Hebben ze de tekst gelezen? Waarschijnlijk niet. Maar: ze hebben je wel gezien, ook al is het maar vluchtig. En het is bovendien helemaal gratis, want als adverteerder betaal je enkel voor de effectieve muiskliks. Tenzij je dit anders instelt. Consumenten die doorklikken, doen dat bovendien heel bewust. Is je landingspagina afgestemd op het aanbod in je advertentie? Dan is de kans dat deze klik tot conversie leidt vrij groot.

Google vs Facebook

Het is logisch dat er grote verschillen zijn tussen Google Adwords en Facebook ads. Bezoekers van Facebook zijn daar immers gewoon om met hun vrienden te converseren, foto’s te bekijken, spelletjes te spelen, … Je onderbreekt hen met je advertentie. Dit in tegenstelling tot Google, waar mensen naar iets heel specifiek op zoek zijn. Een goede Google Adwords advertentie biedt hier een antwoord op.

Concreet?

We onthouden 3 zaken voor het maken van een Facebook ad:

- Denk goed na over het beeld. Het beeld moet interessant genoeg zijn om de aandacht te trekken. Daarnaast moet het ook duidelijk je merk weergeven: consumenten die niet doorklikken hebben jou toch gezien – hopelijk.

- De copy zorgt voor het tweede punt. Vertel de gebruiker precies waarom hij moet doorklikken. Bijv. “Doe je voordeel” of “Bekijk de nieuwe collectie”. Dan weet je ook zeker dat hij of zij de juiste motivatie heeft als hij op je landingspagina terecht komt.

- Lage click through rates zijn eigenlijk niet zo slecht als ze lijken.


25-02-2011 om 16:22

Ik ben ondertussen toch al een behoorlijk aantal jaren actief als PHP developer en ik heb al behoorlijk wat code van anderen moeten overnemen of onderhouden. En dan zie ik vaak dezelfde foutieve constructies en fouten terugkomen.

Hieronder een beknopt overzicht van de meeste voorkomende zaken. En hoe je er dan wel correct mee omgaat:

1. Gebruik geen closing tag “?>”

Er zijn maar weinig PHP coders die weten dat een closing tag niet verplicht is. Gebruik hem niet en je hebt nooit meer problemen met extra whitespace onderaan een pagina die de wel befaamde “Output already started” warnings geeft.

Onderstaande code is dus een perfect legale PHP file:

<?php
echo 'Hello World';

Zeurt je editor dat je toch een closing tag moet gebruiken? Dan is het misschien tijd om een nieuwe editor te zoeken.

2. Single en double quotes

Mensen gebruiken ook veel te vaak double quotes waar het totaal niet nodig is. Als er geen variabele substitutie nodig is, dan gebruik je simpelweg geen double quotes maar single quotes.

Fout:

$string = "U heeft alle vragen beantwoord";

Goed:

$string = 'U heeft alle vragen beantwoord';

In de meeste gevallen is het simpelweg korter en duidelijker om single quotes te gebruiken.

Goed:

$count = count($results);

$text = “Er waren $count aantal resultaten”;

Beter:

$text = ‘Er waren ‘ . count($results). ‘ aantal resultaten’;

Simpele rule-of-thumb: double quotes are evil.

3. Gebruik de heredoc syntax voor strings van meer dan 1 regel tekst

Iets wat helaas ook veel te vaak voorkomt, zijn onderstaande regels code:

$text = “Dit is de eerste lijn met een variable $var1”;
$text .= “Dit is de tweede lijn text met variable $var2”;
$text .= “Dit is ...”;

En het wordt nog erger als er HTML in staat:

$text = “<div id=‘main’><p style=’...’><a href=’$url1’>Eerste lijn</a>.</p>”;
$text .= “<p style=’...’>Dit is de <a href=’$url2’>tweede lijn</a>.</p>”;

$text .= “<p style=’...’>Dit is ...</p></div>”;

Los van het feit dat de style definities naar een CSS include file moeten, gaan de meeste editors de HTML code niet speciaal highlighten omdat het in een string staat. Maar het grote probleem is vooral dat er veel te veel code wordt verspild aan opmaaktekens terwijl het simpeler kan met heredoc synthax:

$text = <<<TXT

<div id=‘main’>
 <p style=’...’>Dit is de <a href=’$url1’>eerste lijn</a> met $var1</p>
 <p style=’...’>Dit is de <a href=’$url2’>tweede lijn</a> met $var2</p>
 <p style=’...’>Dit is ...</p>
 </div>
TXT;

Met deze constructie kun je ook gemakkelijk hele blokken HTML code gewoon in je document plakken, een paar variabelen aanpassen en klaar. En ondertussen kan je editor netjes z’n synthax coloring blijven toepassen. (In een MVC framework ga je dit natuurlijk niet veel tegenkomen, maar er zijn toch altijd die paar situaties waar zulke strings wel moeten worden opgebouwd.)

4. Simpele input format check met sprintf

Als je queries opbouwt die integers als variabelen gebruiken, is sprintf een zeer makkelijk manier om je code al te beschermen tegen SQL injectie: alles wat geen integer is wordt standaard herschreven naar de numerieke waarde 0:

Fout:

$query = “SELECT * FROM node WHERE id = $id”;

Goed:

$query = sprintf(‘SELECT * FROM node WHERE id = %d’, $id);

Als je deze manier wilt gebruiken om ook strings op een veilige manier door te geven aan queries dan kun je dat ook via sprintf doen. Maar gebruik dan zeker ook de quote functie van je database layer om veilig te zijn tegen SQL injectie:

$query = sprintf(‘SELECT * FROM node WHERE title LIKE %s’, $db->Quote(‘%’ . $str . ‘%’));

5. Strftime makes your life A LOT easier

In Nederlandstalige sites wordt er maar al te vaak teruggegrepen naar het manueel aanmaken van array’s met daarin de namen van de maanden en dagen van de week. En dat terwijl er een functie is die dat perfect automatisch kan doen aan de hand van de ingestelde locale: strftime.

Geeft deze functie je toch de Engelse termen weer? Dan is de correcte locale waarschijnlijk niet op je server geinstalleerd. Dat is iets wat je webhoster normaal gezien zonder problemen voor je kan installeren (onder Debian: dpkg-reconfigure locales).

6. And last but certainly not least: Get certified

Behaal het Zend 5.3 Certified Engineer certificaat. Het is een bewijs dat je effectief PHP kent. En staat ook heel goed op je CV. Maar het beste is toch wel dat je tijdens het studeren voor het examen een hele hoop zaken tegenkomt die je normaal gezien nooit gebruikt, maar waarvan je dan toch opeens denkt van “hmm, dit is toch wel handig”.


23-02-2011 om 11:49

Dus je wilt een Adwords campagne opzetten voor je website? Goed idee! Maar waar begin je?

Stel: je wilt zangles te geven. Wat bied je aan? Zangles, vocal coaching en podiumtraining. Het lijkt logisch dat je 3 advertenties zou maken. Eentje met ‘zangles’ als trefwoord, eentje met ‘vocal coaching’ en eentje met ‘podiumtraining’.

Maar is dit wel een goed idee?

Adwords geeft je de kans om in het hoofd van de consument — jouw doelgroep — te kruipen. En zijn of haar hersenkronkels maken vaak heel andere sprongen dan die van jou. Vertrek dus voor je campagne altijd vanuit de consument — niet vanuit jezelf.

Stap 1: De Google Keyword Tool

Het belangrijkste keyword in het hele verhaal? Zangles. We tikken dit in de tool in. Resultaat: 58 gerelateerde zoekwoorden.Google Keyword Tool‘Zangles’ is inderdaad een veelgezocht trefwoord. Maar er verschijnen ook heel wat keywords waar we zelf niet altijd aan denken. Bijvoorbeeld ‘zanglessen’, ‘leren zingen’ en ‘zingen leren’, ‘privé zanglessen’, ‘zangles volgen’, ‘zangleraar’ of ‘zangopleiding’. Ze slaan allemaal op hetzelfde, nl. de zangles die jij wilt aanbieden. Niet iedereen zoekt hetzelfde binnen google. Er zitten ook heel specifieke noden tussen: ‘zangles voor kinderen’, ‘zangles voor beginners’ en ‘zangworkshop’.

Omgekeerd kan ook. Zoek je bijv. op ‘vocal coaching’, dan krijg je al een pak minder resultaten. Straffer: naar ‘podiumtraining’ lijkt al helemaal niemand op zoek. Conclusie: mensen zoeken niet op het trefwoord ‘podiumtraining’. Het is dus nutteloos om hiervoor een advertentie te schrijven.

Stap 2: Selecteren

Selecteer zoekwoorden die relevant zijn voor jouw onderneming. In het geval van de zanglessen zal ‘gratis zangles’ bijvoorbeeld niet veel opbrengen. Ook ‘zangles Gent’ neem je beter niet op in de selectie, als je in Hasselt lesgeeft.

Heb je alle relevante keywords aangeduid? Dan kan je ze gemakkelijk exporteren via de knop ‘downloaden’. Kies voor ‘geselecteerd’ om enkel de door jou gekozen keywords te exporteren.

Keyword export

Stap 3: Groeperen

In je lijstje begin je nu te groeperen per thema. Zo kunnen ‘zangles voor kinderen’ en ‘zangles kinderen’ in één groep. Ook ‘zangles limburg’, ‘zangles hasselt’ en ‘zanglessen limburg’ horen samen.

Maar wat doe je met varianten zoals ‘zangopleiding’ of ‘cursus zang’? Hiervoor maak je best een aparte advertentie. Waarom? Google geeft je advertentie een score naarmate de keywords die je ‘inkoopt’, overkomen met de advertentie die je hebt geschreven hebt. Bij het keyword ‘zangopleiding’ kan je dus best een advertentie maken waarin het woord ‘zangopleiding’ staat.

Stap 4: Schrijven maar

Zijn je groepen klaar? Dan maak je voor elke groep een aparte advertentie. Ga je uit van de keywords, dan kom je vanzelf op een advertentie die een antwoord geeft op wat de consument zoekt. Resultaat? Een betere kwaliteitsscore voor Google Adwords, relevante oplossingen voor de consument. En het belangrijkste: goede resultaten voor jouw Adwordscampagne — dus meer visibiliteit.


17-02-2011 om 17:38

Hoe irriteer ik mijn vrienden op Facebook? Mogelijkheden zat. Wil jij dat je vrienden je niet defrienden? 10 gouden tips!

  1. TMI (Too Much Information) Nu en dan eens zeuren of klagen mag. Maar trop is te veel. Een positieve attitude werkt aanstekelijk — ook online. Bovendien reageren mensen vaker op positieve berichten dan op negatieve. En daar draait het toch om bij social networking. Hou je aantal updates ook beperkt, zo lezen je vrienden het ook.
  2. Wees relevant Het interesseert niemand hoe vaak je naar wc gaat. Of wat er tussen je boterham ligt. Probeer origineel uit de hoek te komen. Kan je een lach uitlokken? Missie geslaagd!
  3. Game updates Persoonlijk heb ik de games al lang uit mijn newsfeed verbannen. Maar niet iedereen weet dat dit kan. Ik hoor vrienden vaak klagen over de spel-updates op hun wall. Als je veel spelletjes speelt, hou dan voor ogen dat deze spellen ook updates gaan posten op de newsfeed van al je vrienden. Je kunt dus best die meldingen uit zetten als je je vrienden niet hiermee wilt lastig vallen.
  4. De mierzoete copy/paste statements Je kent ze wel: “Als jij van je kinderen houdt, zet dan dit in je status …” of “Als je de liefste man in de wereld hebt …” Probeer niet mee te gaan in deze irritante vorm van de ketting-brief.  We weten allemaal dat je van je kinderen/man/zus/… houdt.
  5. Pas op met ‘Poken’ Iemand poken of porren is ronduit irritant. En soms zelf agressief. Heb je niks te zeggen? Zeg dan niks. Of post gewoon een boodschap op hun wall.
  6. Vermijd vage updates Vage status-updates zoals “Binnenkort?!!” of “Slecht nieuws!!” lokken vaak reacties uit om meer informatie te krijgen, maar zijn hoofdzakelijk irritant. Als je iets te zeggen hebt, zeg het.  En anders: stop met die vage updates.
  7. LOL (Laughing Out Loud) Ik geef het toe … aan deze ben ik ook wel eens schuldig. Gouden regel: gebruik dit niet als je niet echt hardop aan het lachen ben.
  8. Let op met genante foto’s Verjaardagsfeestjes, vakanties, … Probeer aan de verleiding te weerstaan om elke foto op Facebook te zetten. Vooral foto’s die voor sommige gasten minder flatterend zijn. Best vraag het je eerst of je iemand op Facebook mag zetten. Respecteer hun antwoord.
  9. Beperk je Tagging Hetzelfde geldt tagging: iemand aanduiden op een foto waardoor iedereen dit kan zien. Personen kunnen zichzelf natuurlijk ook ‘untaggen’. Let op: dit is definitief. Je kunt je daarna niet meer ‘retaggen’ op dezelfde foto.
  10. Gewoon negeren Je bent natuurlijk niet verplicht om vriendschapsverzoeken te erkennen. Stuur je zelf een onbekende een vriendschapsverzoek? Stuur dan meteen ook even een berichtje met wie je bent en waarom je vrienden wilt worden op Facebook.

15-02-2011 om 13:57

Nog niet zo lang geleden werden de Facebook pagina’s van Humo en Studio Brussel tijdelijk offline gehaald, omdat ze niet overeenstemden met de richtlijnen van Facebook. Maar wat mag er nu allemaal (niet) op je pagina?

Dankzij @Lennert kreeg ik gisteren de richtlijnen voor promoties doorgestuurd, die al een beter zicht geven op wat er allemaal kan. In het kort komt het neer op volgende zaken:

  1. je mag nog promoties organiseren, maar enkel binnen een applicatie of pagina en niet op je wall.
  2. je mag geen sweepstakes (winnaar wordt gekozen op basis van geluk) organiseren. Wedstrijden mogen wel als de winnaar gekozen wordt aan de hand van bijvoorbeeld een kennisvraag. Dit is enkel van toepassing in België, Zweden, Noorwegen en India.
  3. deelname aan de promotie mag niet vereisen dat je: een status of foto leuk vindt, een comment op de wall plaatst of een foto uploadt. De gebruiker mag wel gevraagd worden om je pagina leuk te vinden voor hij kan deelnemen, maar mag geen automatische deelnamen inhouden.
  4. de promotie mag niet gericht zijn naar gebruikers onder de 18 jaar
  5. je mag winnaars van de promotie niet contacteren via Facebook, maar wel via e-mail of postadres als je die data verzameld hebt.
  6. je mag nergens stellen dat inschrijven voor een Facebook account nodig is om deel te nemen aan de promotie. Je mag ze wel doorsturen naar je applicatie, waar ze dan sowieso gevraagd worden om in te loggen of een account te registreren.
  7. als je data verzamelt moet er duidelijk vermeld worden dat de gebruiker zijn gegevens deelt met bedrijf X en waarvoor die data gebruikt zal worden. Facebook kan op geen enkel moment gelinkt worden aan de actie. Deze zaken moeten ook opgenomen worden in het wedstrijdreglement.

Dit zijn de voornaamste richtlijnen waar je rekening mee moet houden als je een promotie organiseert op Facebook. Een gewaarschuwd man…


06-01-2011 om 17:20